|
Zonder twijfel het meest spectaculaire stuk flora dat Afrika heeft te bieden, is de baobab. In Afrika komen 6 soorten van deze boom voor: één op het vaste land en de overige 5 varianten op Madagaskar. Het opmerkelijke aan deze enorme bomen is niet zozeer de hoogte van maximaal 25 meter als wel de enorm dikke stam die een omtrek tot 45 meter kan bereiken. Baobabs worden enorm oud. Sommige experts houden het op 1000 jaar maar er zijn ook onderzoekers die zeggen dat de oudste exemplaren een leeftijd van 4000 jaar bereiken.
De takken steken volgens een grillig patroon in de lucht. Omdat de baobab het grootste deel van het jaar geen blad draagt (alleen in de regentijd zijn er bladeren en vruchten), lijkt het wel of de boom op zijn kop staat, met de wortels de lucht in, iets dat in veel Afrikaanse legenden wordt verteld. De San (Bushmen) geloven dat de bomen vanuit het paradijs op aarde worden gegooid, waarbij ze zich met hun kruin in de aarde boren. Het is dan ook net of er geen jonge baobabs groeien. Dat komt doordat baobabs de eerste tientallen jaren nauwelijks als zodanig herkenbaar zijn omdat ze dan nog een normale omvang hebben. Pas op latere leeftijd beginnen ze uit te dijen.
Het hout van de baobab is sponzig en nat en daardoor ongeschikt voor zowel brandhout als constructiehout. In 1916 werd op Madagaskar eindelijk een nuttige toepassing van het hout gevonden: als grondstof voor de papierindustrie. Het succes was zo groot dat in zuidelijk Afrika als snel de uitroeiing van de baobab dreigde. Botanische instituten kregen het voor elkaar dat de boom niet langer voor dit doeleinde werd gebruikt.
Voor veel dieren is de baobab van groot belang. Bavianen en meerkatten zijn dol op de vruchten. Om die reden wordt deze boom ook wel apenbroodboom genoemd. Veel dieren brengen in baobabs de nacht door en nachtdieren juist de dag.
Bijzondere bewoners zijn de geelsnaveltok en de roodsnaveltok die vaak in een holte van deze boom hun nest maken. Het vrouwtje wordt ingemetseld door een wand van modder en uitwerpselen. Het mannetje haalt voedsel en voedt het vrouwtje en de jongen door een kleine opening. Zodra de jongen kunnen vliegen, wordt de wand opengebroken.
In perioden van droogte slaan olifanten de bast van de baobab open met hun slagtanden om het vochtige hout te eten. Een baobab doorstaat dit soort aanslagen meestal wel. |